'Weg door zee’

Over vier zilverkleurige drempels valt water van het hoge bassin naar het lage bassin, waar de stapstenen liggen

Plaats: Bijbels Museum, Herengracht nummer 366 en 368.
Datum: 1994
Ontwerp: tuinarchitect Arend Jan van der Horst.

In de tuin van het Bijbels Museum, achter twee zeventiende eeuwse panden, ligt een waterpartij, ‘Weg door zee’. De naam verwijst naar het bijbelverhaal over de uittocht van de Israëlische volk uit Egypte en de doortocht door de Rode Zee. De vijver heeft twee niveaus, twee hoge bassins met brede houten wanden omsluiten het lage bassin in het midden. Over vier zilverkleurige drempels in de donkere houten wand van de hoge bassins valt het water in de lage bassins, waar stapstenen liggen. De wankele stapstenen bieden een doortocht over water naar de overkant, de ‘Weg door zee’. 

De tuin

Tot 1850 was geometrie en symmetrie heel belangrijk bij de aanleg van achtertuinen bij grachthuizen in Amsterdam. De paden liepen haaks of dwars op het huis langs rechthoekige bloem- en grasperken omgeven door laag geschoren heggen. Een fontein of vijver mocht niet ontbreken. Tuinarchitect Arend Jan van der Horst liet zich inspireren door bijbelse verhalen en heeft de historische geometrie en symmetrie terug laten komen in zijn ontwerp met als belangrijk middelpunt de rechthoekige en symmetrische waterpartij met het vallende water. Bijbelse planten en bomen staan langs het pad om de waterpartij, zoals dadelpalm, amandel, acacia, mirte, judasboom, vijg en moerbei. Waterlelie, lisdodde en zwanenbloem bloeien er. Drie openingen in hoge taxushagen bieden zicht op de achtertuin, waar een beeld staat van Martie van der Loo, ‘Apocalyps’. De waterval ruist, de tuin is een oase van groen en rust. 

Het Bijbels Museum

De vier panden met rijk versierde halsgevels aan de Herengracht 364-370 zijn tussen 1660-1662 gebouwd naar een ontwerp van bouwmeester Philips Vingboons (1607-1678), een van de belangrijkste architecten van het Hollands classicisme. Opdrachtgever was de rijke koopman Jacob Cromhout (1608-1669). Hij ging met zijn gezin wonen in het grootste huis, nummer 366. Een krom stuk hout in de gevelsteen herinnert aan zijn naam. Het pand bleef tot 1770 in de familie.
In 1887 werd nummer 366 verkocht aan het Nederlands Bijbelgenootschap, dat in 1904 ook nummer 368 aankocht en de twee huizen liet verbouwen en samenvoegen. In 1975 verhuisde het Bijbels Museum van de Stadhouderskade naar die twee panden aan de Herengracht. In 1995 werd het Bijbels Museum eigenaar. Tijdens een ingrijpende restauratie in de jaren 1998-2000 werden de panden aangepast aan de eisen van de tijd en van binnen en buiten zoveel mogelijk terug gebracht in de historische staat. 
Beneden aan de tuinkant zijn twee geurkabinetten ingericht. Albasten kruikjes bevatten de geurenstoffen van de bijbelse planten en bomen. Bescheiden bordjes geven uitleg, ook in braille. Vanuit de tuindeuren in het achterhuis ziet de bezoeker, over de waterpartij en door de opening in de heggen, het twee meter hoge beeld staan van Martie van der Loo, ‘de Apocalyps’. Het beeld is geïnspireerd op de Openbaring van Johannes waarin zeven engelen op bazuinen blazen en de gebeurtenissen aankondigen die in de eindtijd zullen plaatsvinden. Zeven zuilen van marmer in zeven verschillende kleuren staan op een cirkel van zwart graniet. De zeven zuilen dragen een zinken schaal waarop zeven beelden zijn geplaatst die figuren uit De openbaring van Johannes voorstellen. Het midden van de zinken schaal is open, zodat het regenwater naar beneden kan stromen in de holte van de granieten cirkel tussen de zuilen. Het water in de zwarte holte staat voor het oneindige en werkt als een spiegel.

Bronnen en literatuur

Archief Bijbels Museum.
Jörgen Bracker, Koen Ottenheym, Elske Gerritsen, Vincent Boele en Janrense Boonstra (eindredactie), Soo vele heerlijke gebouwen, van Palladio tot Vingboons.
Hermine Pool, Apocalyps, een beeld van Martie van der Loo geïnspireerd op De openbaring van Johannes. Bijbels Museum, 2001.