Het boek Fonteinen van Amsterdam

Elise Heyligers en Edwin Muller ontmoetten elkaar in de wereld van de ballonsport. Zij als redacteur van het blad 'Ballonstof', hij als fotograaf tijdens ballonevenementen. Edwin Muller is industrieel ontwerper en heeft een speciale belangstelling voor fotografie. Hij won prijzen met verschillende van zijn ontwerpen, zoals de kapstok, geïnspireerd op een wapperende jas in de wind. Hij woont en werkt in Delft. Edwin Muller was snel over te halen om de fotografie voor het fonteinenboek op zich te nemen. De zoektocht en het fotograferen heeft, met tussenpozen, jaren in beslag genomen. Het werd voor Edwin Muller een ontdekkingstocht door Amsterdam.
Voor Elise Heyligers was het een mooie gelegenheid om haar fascinatie voor sproeiers en watersculpturen te delen.

Het boek Fonteinen van Amsterdam, sproeiers en watersculpturen werd in 2005  uitgegeven door Uitgeverij Stichting de Heeren Keyser. Het is uitverkocht maar soms nog tweedehands te koop bij bijvoorbeeld bol.com.

Recensies

Jacolien Zwart
De auteur heeft in dit boek vele van de Amsterdamse fonteinen op rij gezet. De grote en kleine publieke fonteinen op pleinen en in parken, de gevelfonteinen, de onzichtbare fonteinen in grachtentuinen, de watervallen en spuitende objecten in zwembaden, maar ook de watersculpturen en flowforms in de ING bank in de Bijlmer of de vaasvormige fontein midden in de Bijenkorf, komen onder de aandacht. Tal van grote namen zoals Hildo Krop, Leo Braat of Gerrit Bolhuis komen voorbij. De fonteinen zijn gerangschikt naar stadsdeel. Iedere fontein wordt uitgelicht in een bespreking over de totstandkoming, de maker, het doel of een korte historie van de locatie. Steeds zijn een of meer kleurenfoto's toegevoegd. Daarnaast wordt melding gemaakt van locatie (met kaartje), datum, architect en/of maker, materiaal en de afmetingen, ook van bronnen en literatuur. Het boek is een bijzonder naslagwerk, vol mooie geheimpjes van de stad. Minieme aandacht voor de watertechniek; geen stadsplattegrond en register.

--------------------------------------

Een bruisende stad - Ed Fontein - Januari 2006
De allure van een stad meet je af aan haar fonteinen. Steden horen te bruisen. Parijs, Londen en vooral ook Rome zijn, ook wat dat betreft, welgeschapen. Amsterdam spettert, nota bene als waterstad, heel wat minder.

Dat heb ik tenminste altijd gedacht. Maar uit het onlangs verschenen boek van Elise Heyligers De fonteinen van Amsterdam (met foto’s van Edwin Muller) komt een heel ander beeld naar voren. Tot mijn verrassing zijn er maar liefst 70 fonteinen, waarvan 27 in de binnenstad, vaak verborgen in achtertuinen. De overige zijn verspreid over de stadsdelen. Ze lopen uiteen qua omvang en artistieke vormgeving. Soms gaat het om “hoog opsproeiende waterkolommen”, soms ook om “mistachtige waaiers van water en watersculpturen”, schrijft Elise Heyligers verlekkerd. Sommige zijn van oude datum, zoals het Wertheimmonument uit 1898, andere recenter, zoals het Watergordijn op het Zuiderkerkhof (1983). Er komen jaarlijks fonteinen bij. Zo is in juli van het afgelopen jaar nog een nieuwe fontein op het Lambertus Zijlplein in Geuzenveld in gebruik genomen. En in 2006 is het Leidseplein aan de beurt als de ‘Vissen’ van Gerarda Rueter (1962) omgeven zullen worden door een fontein met allure.
Eén van de markantste fonteinen was die op het Frederiksplein (1968), met haar acht hoog opwervelende waterstralen, “Sneeuwwitje en de zeven dwergen” genaamd. Bedoeld als aangenaam contrast met de doodse kolos van De Nederlandsche Bank. Maar dat pakte anders uit. Nooit vergeet ik de slag die ik in de jaren tachtig, samen met Jan Schaefer (ook zo’n fonteinenfanaat) tevergeefs leverde tegen de bezuinigingsplannen van het toenmalige College. De exploitatiekosten van de fontein werden te hoog bevonden en de kraan werd dichtgedraaid.
Over Jan Schaefer gesproken. Die had bij de bouw van het Stadhuis/Muziektheater zijn zinnen gezet op een majestueuze fontein, te ontwerpen door één van onze grote beeldhouwers, André Volten, die in diverse buitenlandse steden zijn kunsten had vertoond. Met name de metershoge fontein in de binnenstad van Duisburg stak ons de ogen uit toen wij daar op handelsmissie langs kwamen. “Zo één wil ik ook,” riep Jan en André Volten kreeg de opdracht om voor de ingang van de Stopera een fontein te ontwerpen. Maar het ontwerp werd (“het is allemaal al zo duur”) afgewezen. Nu ligt er een cirkelvormige, licht hellende, bakstenen constructie die verre van bruisend is.
Amsterdam bruist, maar met mate. Er zijn al met al meer fonteinen dan ik dacht, maar er valt voor bestuurders met uitstraling nog een wereld te winnen.