Fontein met Pinguïns

De pinguïns staan twee aan twee dicht tegen elkaar aan en lijken te twijfelen: “zullen we doorlopen of blijven we staan”. 

Het Beatrixpark in Amsterdam Zuid werd geopend op 25 mei 1938 in het geboortejaar van prinses Beatrix. Breed water omringt het park dat 24 hectaren groot is. Hoge bomen geven veel schaduw, grasvelden glooien tussen de wandel- en fietspaden en water spiegelt overal.

Fontein met Pinguïns

Plaats: in de vijvertuin
Datum: 1938
Kunstenaar: Jan Trapman (1879-1963)
Materiaal: hardsteen
Afmetingen: hoogte 1 m breedte 1 m  diepte 0,60 m

Midden in de vijver sproeit een fontein hoog op. Krachtige stralen spelen “wie het hoogste komt”. Boven in de zilveren waterzuil botsen en bruisen duizend druppels voordat de val begint in schuimende slierten. Witte sluiers, waarin regenbogen schitteren, waaieren uit. De fontein is een bruisend middelpunt in een tuin van rust en stilte. Een houten wand omsluit de vijvertuin. Onder hoge kastanjes staan banken. De vijver ligt in een dal, een brede helling van gras loopt af naar de waterspiegel. In de zomer groeien kleurige planten langs de rand van het water. Verscholen tussen het blad van een reuzenrabarber staan tien pinguïns, met grote ogen en spitse snavel. Het beeld is uit één stuk hardsteen gehakt. De pinguïns staan twee aan twee dicht tegen elkaar aan en lijken te twijfelen: “zullen we doorlopen of blijven we staan”.

Beeldhouwer Jan Trapman

Jan Trapman kreeg zijn opleiding aan de Academie van Beeldende Kunsten in Antwerpen. Hij woonde en werkte in Rotterdam en Den Haag, voordat hij in 1905 naar Amsterdam kwam. Hij maakte onder andere reliëfs voor gebouwen en tuin- en parkbeelden met natuurlijke, vereenvoudigde lijnen en vormen. In de jaren twintig en dertig van de 20ste eeuw kreeg hij met een aantal andere beeldhouwers opdrachten gefinancierd uit de jaarlijkse steunkredietenpot van Kunstzaken. Vaak waren het opdrachten voor brugversieringen. Bijvoorbeeld voor de ‘kinderbrug’ bij het Muzenplein van architect en bruggenbouwer Piet Kramer. Hildo Krop maakte het belangrijkste beeld hoog op de brug. Jan Trapman kreeg met andere beeldhouwers de opdracht voor een kinderfiguur met speelgoed of een dier. Trapman had een sterke voorkeur voor dieren en beeldhouwde een krachtige bizonkop met een weerloos naakt kind.
De pinguïngroep was oorspronkelijk bedoeld als versiering voor de brug over de Admiralengracht bij de Jan van Galenstraat. Het beeld was in 1933 voltooid en is jaren later in het Beatrixpark geplaatst, aan de rand van de vijver met fontein. 

Bronnen 

Archief Stedelijk Museum, stamboek no. VBA 606.
Gesprek met Ellen Roos, juni 2003.
Gemeente Archief Amsterdam: Mirjam Beerman, Frans Burkom en Frans Grijzenhout, Beeldengids Nederland. 1964.
Rijks Kunst Archief te Den Haag.
Ernest Kurpershoek & Merel Ligtelijn, De parken van Amsterdam. Uitgeverij Bas Lubberhuizen. 2001.