Omgevallen Boom

Een straal water scheert langs de bodem van het ondiepe bassin en bedekt de tegelvloer met een transparant kleed van zuurstofbelletjes.

Plaats: Hollandse Tuin op het Bickerseiland aan het Westerdok 
Datum: 1983
Kunstenaars: Pieter Engels (1938), Shlomo Korèn (1932)
Materiaal: Afrikaans zwart graniet
Afmetingen: hoogte 1,55 m  lengte 8,70 m  breedte 1,60 m

Op de lage kade, evenwijdig aan de waterlijn, ligt een halve omgevallen boom schuin op zijn kant. De halve kruin, stam en voet zijn gezaagd uit een 10 cm meter dikke zwart granieten driehoek. De uitgezaagde lege vorm in de driehoek is het bassin, 10 cm diep. Een straal water scheert langs de bodem van het ondiepe bassin en bedekt de tegelvloer met een transparant kleed van zuurstofbelletjes. Het water stroomt door de halve kruin, langs de halve stam en door een smal gootje in de stoep het Westerdok in. De buitenkant van de Omgevallen Boom, die schuin naar de hemel wijst is glanzend zwart gepolijst en weerspiegelt de jagende wolken of de boten op het Westerdok. Tegen de achtergrond van de flikkerende golven van het Westerdok lijkt het donkere silhouet van de halve boom plotseling een walvis die opduikt uit zee. De omwonenden noemen de Omgevallen Boom dan ook ‘de Walvis’. 

Pop Art kunstenaar

Pieter Engels heeft zich met heel verschillende kunstvormen bezig gehouden: Hij tekende en schilderde (geblinddoekt), maakte retrospectieve kunst, vreemdsoortige objecten, beeldende kunst op shagverpakking, zeefdrukken en nog veel meer. In 1977 liet de kunstenaar een roestvrijstalen verzamelkist begraven in de Bijlmer, waarin hij allerlei informatie over Amsterdam had opgesloten zoals grachtwater, IJ-water, kranten, weekbladen, films en radio-opnamen. Het is de bedoeling dat de kist na 500 jaar, in 2477, wordt opgegraven. 

Israëlisch beeldhouwer, tekenaar en schilder

Shlomo Korèn volgde de kunstacademie Betzel in Jeruzalem. De Hebreeuwse cultuur heeft grote invloed gehad op zijn werk. Zijn schilderijen en sculpturen zijn abstract en plastisch. De kleuren zwart, wit en grijs overheersen. Zijn sculpturen zijn als leestekens van roestvrij staal. ‘Two Frames’, twee reusachtige schuinstaande raamkozijnen, stonden tijdens de beeldenroute in 1975 op het Museumplein. Later is de sculptuur verplaatst naar de Churchillaan. In het Bijlmerpark Staat ‘Constructies’: een buizenstelsel spant over het water. Shlomo Korèn woont en werkt sinds 1960 in Nederland.

‘D'Hollandsche Tuin’ en ‘D'Walvis’

In het begin van de 17e eeuw breidden de Amsterdamse handel en scheepvaart zich snel uit. Er was meer ruimte nodig voor de scheepsbouw en opslag van goederen. Door zand en bagger te storten op het moerassige gebied in het IJ aan de westzijde van Amsterdam, ontstonden in 1615 drie eilanden: het Vooreiland, het Middeneiland en het Achtereiland. Later werd het Bickerseiland, Prinseneiland en  Realeneiland. 
Jan Bicker (1591-1653), een rijk koopman, die handel dreef met Italië en de Turkse Levant, kocht in 1631 het voorste eiland, dat naar hem werd genoemd. Hij liet scheepstimmerwerven bouwen langs de Grote Bickersstraat en woonhuizen, o.a. een groot huis met uitkijktoren waarin hij zelf ging wonen. De eilanden werden een bloeiend centrum voor de houten scheepsbouw en alles wat daarbij hoorde, met werven, teerkokerijen en visrokerijen, zeilmakers en ketelmakers. In talloze houttuinen stapelden houthandelaren hun naaldhout en tropisch hardhout op. Bekende werven aan de Grote Bickersstraat waren onder andere ‘D'Hollandsche Tuin’ en ‘D'Walvis’ van scheepsbouwer Haverkamp. Na de dood van Jan Bicker in 1664 kocht het stadsbestuur alle grond van het eiland.
De situatie op de Westelijke eilanden veranderde in de tweede helft van de 19de eeuw. Door de opening van het Noordzeekanaal in 1876, en in de volgende jaren de aanleg van spoorlijnen en de bouw van het Centraal Station, kwamen de eilanden meer geïsoleerd te liggen. De meeste werven verdwenen om plaats te maken voor grote hoge fabrieken, zoals de Amsterdamse Suikerraffinaderij, die in 1874 afbrandde. 
Na een periode van verwaarlozing en economische neergang kregen de eilanden in 1945 opnieuw een industriële bestemming. In 1960 werd de kantoorkolos ‘De Walvis’ geopend. Naast de entree is het houten gevelbord van de oude gelijknamige werf te vinden, waarop een walvis is afgebeeld. In de jaren zeventig van de 20ste eeuw kregen de eilanden weer een woonbestemming. Architect Paul Ley ontwierp in 1982 het complex woningblokken tussen de Grote Bickersstraat en de Hollandse Tuin. De kade aan de Hollandse Tuin werd als wandelpromenade ingericht. De namen van de straten in de nieuwe buurten herinneren aan de scheepsbouw in vroegere eeuwen: zoals Touwslagersstraat en Zeilmakerstraat en Hollandse Tuin. De fontein werd in werking gesteld bij de officiële opening van het wooncomplex. De Omgevallen Boom of walvis, verwijst naar de bloeiende handel over zee en houten scheepsbouw in vroegere eeuwen.

Literatuur en bronnen:

Archief Stedelijk Museum. Stamboek nr. VBA 3784.
Archief Stedelijk Museum. Krantenknipsels: Haagse Courant, Het Parool. 1961.
Gemeentelijk Archief. Scheepsbouw te Amsterdam in vroeger eeuwen.
Rijks Kunst Archief Den Haag: krantenknipsels.
d’ Ailly’s Historische Gids van Amsterdam. Gerrit Vermeer en Jan Rebel. Sdu Uitgeverij Koninginnegracht. 1992.