Sproeiers in vijver Rijksmuseumtuin

Vroeger hoorde de bezoeker de muziek van de fijne stralen water die met sierlijke bogen het bassin in sprongen

Plaats: Stadhouderskade 42
Datum 1885

Fonteintjes verdwenen uit de tuinen van het Rijksmuseum

De nieuw ingerichte tuinen rond het Rijksmuseum zijn ontwerpen door Copijn Tuin - en landschapsarchitecten. Zij hebben het originele ontwerp van architect Cuypers uit 1901 aangepast aan de eisen van de 21ste eeuw. De bezoekers kunnen rond het hele museum wandelen langs de kunstwerken.
Nieuw in de buitencollectie is een telefooncel uit 1933 en een groot buitenschaakbord waarop iedereen kan spelen.
De fonteintjes uit het ontwerp van Cuypers hebben plaats gemaakt voor de speelse fontein van de Deense kunstenaar Jeppe Hein.

Zo was het voorheen

De bouwmeester van het Rijksmuseum P. J. H. Cuypers (1827-1921), maakte ook het plan voor de omliggende tuinen. Cuypers vond dat de tuin moest aansluiten bij de architectuur van het museumgebouw en "dienstbaar worden gemaakt aan het bewaren van bouwfragmenten, die aan de open lucht kunnen blootgesteld worden". Hij ontwierp een tuin, die net als het museumgebouw, symmetrisch van opzet was. In zijn grondplan van 1884 nam hij voorbeelden van specifiek Hollandse tuinarchitectuur van de 16e tot en met de 18e eeuw op, met fonteinen, priëlen en loofgangen, geschoren heggen en boompjes en zelfs een doolhof. Al wandelend langs de paden kon de bezoeker bijzondere onderdelen van gesloopte oude gebouwen bekijken, als in een openluchtmuseum.

Tuinen aan de noordkant

De tuinen van het Rijksmuseum zijn, vergeleken met de afmetingen van het gebouw, klein en weinig opvallend. Aan de voorkant is de strakke symmetrie van Cuypers tuin-ontwerp nog terug te vinden: een patroon van grasperken omzoomd door geschoren heggen met op iedere hoek een geschoren boompje. De grootste grasperken hebben de vorm van een halve cirkel. De halve cirkel is in vieren gedeeld zoals de punten van een taart, straalsgewijs gescheiden door smalle bloemperken. In het centrum ligt een half cirkelvormige vijver, maar de fonteintjes zijn verdwenen.

Twee fonteinen aan de zuidkant

Bij de ingang aan de Jan Luykenstraat begint een lange berceau van iepen die naar de entree van het prentenkabinet leidt. Het wandelpad onder deze loofgang is ingelegd met een patroon van bakstenen. In het midden kruist de loofgang het pad dat de voor- en achtertuin verbindt. Het pad naar de zuidkant gaat naar de fontein. De fontein ligt verborgen achter manshoge hagen van winterharde buxus. Een trapje tussen opgemetselde muurtjes met twee gebeeldhouwde leeuwtjes als schilddragers, leidt naar het pad rond het bassin en naar een bank onder een loofkoepel van haagbeuk. Op deze bank gezeten, in de omhelzing van de 'monnikskap', met de rug naar het rumoer van de Hobbemastraat, hoort de bezoeker de muziek van de fijne stralen water die met sierlijke bogen het bassin in springen.

De tweede fontein ligt aan de kant van de imposante directeursvilla dicht bij de zuidgevel van het Rijksmuseum. Ook in deze tuin zijn voorbeelden van historische vormen te vinden. Zoals een 50 meter lange treillage, een galerij van groene heggen, met aan beide zijden nissen voor tuinbeelden. Achterin de tuin klatert de fontein midden in een bijna rechthoekige vijver, één hoek maakt een ronding naar buiten. Soms, als de lage zon met een baan van licht tussen de hoge muren van het museum en de villa op de fontein valt, lijken de fijne waterboogjes te dansen, zwierend met witte sluiers.
Naast de vijver staan twee marmeren siervazen, hoog op hun sokkels. Op de vazen zijn in reliëf steigerende paarden en een man op een hippocamp te zien. De vazen zijn uit het midden van de 18e eeuw en komen uit het Rijksmagazijn van geneesmiddelen te Den Haag.

Versteende tuin

Aan de andere kant van de Museumstraat, omsloten door de muren van het museumgebouw, ligt nog een bassin, maar zonder sproeier. Japanse kersenbomen staan in een vloer van keien. De keien lopen langzaam af en vormen dan de bodem van de ondiepe vijver. In het voorjaar bloeien de bomen teer wit in de versteende tuin. De Japanse tuin is ingericht in 1993.

Literatuur en bronnen

Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Rijksgebouwendienst, Rijksbouwmeester. Tuinhistorische documenten en waardebepaling Rijksmuseum, Amsterdam.
D.A. van Dijk jr. In de tuinen van het Rijksmuseum. (scriptie) 1973.
Jaarverslagen Rijksmuseum 1973-1978.