Doorloopfontein

Vier lichtrode zuilen dragen niets, ze spuwen water.

Plaats: Ouddiemerlaan op het plein voor het stadhuis in Diemen
Datum: 2001
Ontwerp: tuin- en landschapsarchitect Willemien Dijkshoorn
Materiaal watersculptuur: mengsel van cement waaraan rode kleurstof is toegevoegd en gemengd is met groene stukjes Schots graniet en rode stukjes profierkei, roestvast staal. 
Vloer: profielkeien.
Afmetingen: vloerkeien, 8 x 8 cm. Zuilen: 2.30 m hoog

De watersculptuur

Uit een vierkante vloer van keien rijzen vier lichtrode zuilen op.  De zuilen hebben een driekantige vorm. Ze dragen niets, ze spuwen water. Twee waaieren naar boven breder uit, vandaar stort een waterval kletterend op de keien. Het andere paar staat breed op de grond en loopt naar boven smaller toe, hier glijdt het water als een glanzende huid langs de zuil omlaag. De rode kleur wordt dieper waar het water stroomt en schittert. Wie tussen de zuilen staat krijgt de sensatie van stortende watervallen in rotsige bergen. Een windvlaag strooit druppels in het rond. Stroompjes huppelen over de keien vloer en botsen tegen de lage drempel om er dan overheen te springen. Met een donker ratelen verdwijnen ze het door het rooster in de diepte. 
Willemien Dijkshoorn kreeg opdracht om de hele buitenruimte rond het nieuw te bouwen stadhuis in te richten. Dat was in 1995. Zij heeft een ontwerp gemaakt dat de verschillende gebieden met elkaar verbindt. De voor-, achter- en zijkant van het stadhuis zijn één geheel in vorm en kleur. Voor de entree van het stadhuis zette zij een watersculptuur neer die nadrukkelijk en robuust aanwezig is en toch harmonieert met de omgeving. Het kunstwerk nodigt uit om er doorheen te lopen; voorzichtig, om niet nat te worden. Willemien Dijkshoorn spreekt zelf van de ‘doorloopfontein’. Tijdens de openingsreceptie, boven in het stadhuis, keek zij naar beneden en zag kinderen op kleurige fietsjes tussen de zuilen door crossen. Dat was precies wat zij bedoelde, de spelende kinderen versterken het beeld, maar de watersculptuur wordt geen kinderspeelplaats.
Acht bollen markeren de grenzen van het watersculptuur. Het kleurige cement van de zuilen komt terug in de bollen en banken, die langs de straatkant staan.
De zuilen zijn gegoten in één enkele driekantige mal en zijn precies gelijk van vorm. Twee kolommen staan op de brede kant, de andere twee staan andersom, met de brede kant boven. 
Rob van der Heyden, projectmanager bij Betonwarenindustrie Maas&Waal heeft het kunstwerk met de keienvloer en de banken laten uitvoeren en zorgde voor de watertechniek. Eerst zijn de schetsen van Dijkshoorn omgezet in technische tekeningen, waarna de houten mal is gemaakt. Als het mengsel van bindmateriaal, zand, water en stukjes steen hard is, wordt de mal afgebroken. De steenstukjes zijn dan nog niet te zien in de zuil. Ze komen pas tevoorschijn bij het schuren en polijsten. Zo ontstaat de spiegelgladde huid met vlakjes gekleurde steen. 

Literatuur en bronnen

Gesprek met Willemien Dijkshoorn, tuin- en landschapsarchitecte (2002).
Gesprek met Rob van der Heyden, projectmanager bij Betonwarenindustrie Maas & Waal (2002).